Klompen, tulpen, Goudse kaas, Delfts blauw, molens …. dat zijn zo van die dingen die men in het buitenland als ‘typisch Nederlands’ beschouwt. In de praktijk heeft slechts een minderheid in ons land nog klompen aan, eten we naast kaas uit Gouda ook kaas uit Frankrijk en allerlei andere landen, is Delfts blauw (afhankelijk van de periode) ouderwets of juist ‘camp’ en molens zijn er nog wel, maar domineren het landschap echt niet meer naast al die torenflats, snelwegen en industrieterreinen.

Maar wat is dan wel ‘typisch Nederlands’? Máxima wist het eigenlijk niet precies, maar dan heeft ze toch niet goed opgelet: écht Nederlands is de kaasschaaf! Een vernuftig apparaat dat wij Nederlanders gebruiken om onze plakkerige kaas niet te dik op onze Hollandse bruine boterham te deponeren – zuinigheid met vlijt, schijnt ook echt Nederlands te zijn.

Helaas, ook de kaasschaaf is niet typisch Nederlands, zo zag ik in een souvenirwinkel in het hoge Noorden van Zweden.

Een kaasschaaf in de vorm van een rendier, Zweedser kan het toch echt niet. Waarom heeft IKEA dit nog niet bedacht? (En dan een Nederlands variant in de vorm van een koe misschien?)