In Portugal is het familieleven heel belangrijk. Meestal woont men niet ver van elkaar vandaan, de auto is het gangbare vervoermiddel, dus men komt elkaar makkelijk en vaak tegen. Samen eten hoort daar vanzelfsprekend bij.

Eten doet men graag en veel, maar dan wel met Portugese ingrediënten. Andere culturen verkennen – of dat nou letterlijk is of via het uitproberen van uitheemse keukens – staat voor de meeste Portugezen niet hoog op de agenda. Deels vanwege geldgebrek, maar ik zag ook vaak een gebrek aan interesse voor het onbekende. Men vond het heel vanzelfsprekend dat ik om de haverklap naar Portugal kwam, alles at en dronk en de taal leerde. Omgekeerd was er echter weinig belangstelling voor mijn land en mijn manier van leven, vanuit de diep gewortelde overtuiging dat er niks boven Portugal, het Portugese eten en de Portugese wijn gaat. Recreëren doet men dus ook in eigen land.

En als je dan al die elementen bij elkaar optelt – familie, de auto, Portugees eten – dan ligt de uitkomst van de som voor de hand: het nationale favoriete gezinsuitje is uiteraard de picknick. En dan niet zoals wij Nederlanders met een boterhammetje in een zakje en een thermosfles op een kleedje in het bos, nee, men laadt de kofferbak vol met flessen wijn, complete gebrade kippen, salades, brood, kaas , gebakken vis, blikken olijven enzovoorts. Dat alles gaat met bestek, kleden, plastic stoelen en wat er verder allemaal nog bij past mee naar bos, strand of gewoon de berm langs de weg. Moeder de vrouw dekt netjes de tafel en er kan gegeten worden. En zo kun je op zondagmiddag overal waar je komt dit soort tafereeltjes tegen komen.