
De laatste dag van onze reis langs de Amalfikust hadden we ingeruimd voor een bezoek aan Ravello. Dat bleek een prachtige plek: een heel andere sfeer dan in de rest van de dorpen en stadjes in deze regio. Geen citroenen en scooters, maar veel groen en prachtige paleizen. Eén daarvan is Villa Rufolo.


De geschiedenis van de villa gaat terug tot de 13e eeuw, toen de machtige en rijke familie Rufolo hier haar palazzo liet bouwen. De familie verdiende haar geld met handel en behoorde tot de belangrijkste families van Ravello. Dat waren blijkbaar geen mensen die genoegen namen met een bescheiden optrekje: Villa Rufolo groeide uit tot een indrukwekkend complex met torens, binnenplaatsen, tuinen en zelfs baden.
De architectuur verraadt de bijzondere positie van Ravello in die tijd. Arabisch-Normandische invloeden zijn overal zichtbaar.








En de familie Rufolo kende behoorlijk interessante gasten. Volgens de overlevering werd hier in de middeleeuwen zelfs koning Robert II van Napels ontvangen. Ook Giovanni Boccaccio kende de familie. In zijn Decamerone uit de 14e eeuw vertelt hij het verhaal van een zekere Landolfo Rufolo, een koopman uit Ravello. Of Boccaccio zelf Villa Rufolo bezocht, is overigens minder zeker dan het verhaal soms doet vermoeden.
Van vervallen villa naar romantisch paradijs
Zoals dat met veel Italiaanse paleizen gaat, was de glorietijd niet eeuwig. De villa raakte in verval en delen van het complex verdwenen zelfs onder de begroeiing. Tot halverwege de 19e eeuw een Schotse man met een opmerkelijke belangstelling voor planten en oude kunst in Ravello arriveerde: Francis Nevile Reid. Hij werd verliefd op de villa, kocht haar en begon met de restauratie.
Reid maakte van de tuinen bovendien een romantisch paradijs. Hij liet allerlei exotische planten aanrukken en bracht het groen weer tot leven. Hij was kennelijk niet alleen een liefhebber van mooie tuinen, maar ook iemand die vond dat een tuin water nodig had. Daarom betaalde hij in 1863 uit eigen zak een aquaduct dat water naar het centrum van Ravello bracht. Een behoorlijk genereuze manier om je tuin te onderhouden.





De huidige tuin bestaat uit twee niveaus en wordt toepasselijk het ‘Garden of the Soul’ genoemd. Tussen cipressen, lindebomen, bloemen en exotische planten kijk je uit over de heuvels en de diepblauwe Middellandse Zee.






‘Ik heb de tuin van Klingsor gevonden!’
Een leuke anekdote die ik vond gaat over het bezoek van de Duitse componist Richard Wagner in 1880 aan Ravello. Hij liep door de tuinen van Villa Rufolo en zag iets wat blijkbaar precies aansloot bij het beeld dat hij in zijn hoofd had, namelijk de tuin van Klingsor, de magische tuin uit zijn opera Parsifal.
Wagner werkte op dat moment al jarenlang aan de opera. De villa inspireerde hem voor het tweede bedrijf, dat zich afspeelt in de betoverende tuin van de tovenaar Klingsor. Volgens de overlevering was Wagner zo onder de indruk dat hij uitriep dat hij hier de tuin had gevonden die hij zich had voorgesteld.
Of je nu van Wagner houdt of niet: het is een prachtig verhaal. Een componist reist naar Zuid-Italië, wandelt een tuin binnen en ontdekt daar het decor van zijn eigen verbeelding. En eigenlijk begrijp je het wel als je hier rondloopt. De combinatie van oude torens, exotische planten, bloemen en ruïnes, met daarachter de zee, voelt wel een beetje als een sprookje.


Bronnen
- Italia.it – The Villa Rufolo Gardens
- Wagneropera.net Richard Wagner (1813-1883 – a biographical sketch
- Villa Rufolo.com
- Unesco Amalficoast